ECLI:NL:RBSGR:2008:BI2539
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens korting varkensrechten in strijd met artikel 1 Eerste Protocol EVRM
Eiser verwierp de korting van 11% opgenomen in artikel 14 van Pro het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv) en vorderde onder meer de onverbindendverklaring daarvan jegens hem, alsmede schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Staat. Hij stelde dat de korting in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat hem een individuele en buitensporige last werd opgelegd.
De rechtbank overwoog dat toetsing van de Whv en Bhv aan hogere regelgeving niet mogelijk is vanwege artikel 120 van Pro de Grondwet en dat de korting van 11% geen ontneming van eigendom vormt maar een regulering daarvan. De enkele omstandigheid dat geen financiële compensatie werd verstrekt, rechtvaardigt geen onrechtmatigheid.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de korting een individuele en buitensporige last voor hem vormt, mede omdat hij geen bewijs leverde dat hij een aanzienlijk hogere prijs voor de mestproductierechten betaalde dan vergelijkbare varkenshouders en omdat de omschakeling van pluimvee naar varkenshouderij niet uniek was.
Daarom wees de rechtbank alle vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van eiser tegen de korting van 11% op varkensrechten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van een individuele en buitensporige last.