ECLI:NL:RBSGR:2008:BH3518
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling opheffing ongewenstverklaring vreemdeling met beroep op familieleven
Eiser, een Turkse vreemdeling ongewenst verklaard vanwege een opiumdelict, verzocht om opheffing van deze verklaring na vijf jaar verblijf buiten Nederland, terwijl de wettelijke termijn tien jaar bedraagt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de beslissing op bezwaar ook de echtgenote en dochter van eiser hadden moeten horen, aangezien hun familieleven direct wordt geraakt. Dit is vereist op grond van het hoor- en wederhoorbeginsel (artikel 7:2 Awb Pro).
Desondanks acht de rechtbank de door eiser en zijn familie aangevoerde omstandigheden niet bijzonder in de zin van de vreemdelingencirculaire, omdat deze al bij de ongewenstverklaring bekend waren. De termijn van tien jaar verblijf buiten Nederland dient daarom te worden gerespecteerd.
Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege het niet horen van alle belanghebbenden, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de Staat wordt aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens schending hoor- en wederhoor, maar rechtsgevolgen van ongewenstverklaring blijven in stand.