ECLI:NL:RBSGR:2008:BH2890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van bewaring wegens disproportionele ongewenstverklaring en gezinsbelangen
Eiser, een vreemdeling met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, is sinds 16 juli 2008 in bewaring gesteld op grond van een ongewenstverklaring en verdenking van een misdrijf. Tegen het voortduren van deze bewaring heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. Inmiddels is het bezwaar tegen de ongewenstverklaring gegrond verklaard en opgeheven, waardoor het belang van de overheid bij voortzetting van de bewaring is verminderd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geen zware criminele antecedenten heeft en dat hij bijna zes maanden in bewaring zit. Tevens is gebleken dat eiser geen belemmeringen oplevert voor het onderzoek en dat er sprake is van aanzienlijke nood in zijn gezin, waarvan de overige gezinsleden verblijfsrecht genieten. Verweerder heeft zich niet verzet tegen een voorlopige voorziening die eiser rechtmatig verblijf verleent gedurende de bezwaarprocedure.
Gezien deze omstandigheden en het beleid dat na zes maanden bewaring het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld zwaarder weegt, acht de rechtbank het voortduren van de bewaring niet langer gerechtvaardigd. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de maatregel van bewaring en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.