ECLI:NL:RBSGR:2008:BH0230
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij beroep op subsidiaire bescherming wegens binnenlands gewapend conflict in Ethiopië
Verzoeker, van Ethiopische nationaliteit en behorend tot de Oromo-bevolkingsgroep, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, vanwege de verslechterde situatie in Ethiopië en het binnenlands gewapend conflict. Verweerder wees de aanvraag af met het argument dat het individuele asielrelaas ongeloofwaardig was en dat er geen sprake was van een ernstige en individuele bedreiging.
De voorzieningenrechter constateert dat de Ethiopische nationaliteit en het behoren tot de Oromo-bevolkingsgroep niet in geschil zijn. Uit de ingebrachte stukken blijkt een intensivering van gevechten tussen de Ethiopische regering en de gewapende vleugel van de OLF, de OLA, met vele doden en onschuldige burgerslachtoffers, wat wijst op willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn.
De rechter acht het beroep van verzoeker op artikel 15 niet Pro uitgesloten van een redelijke kans van slagen en wijst de voorlopige voorziening toe. De uitzetting wordt verboden totdat op het beroep is beslist, mede vanwege de mogelijke onomkeerbare gevolgen van uitzetting. De zaak wordt aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen over de uitleg van het begrip 'individuele bedreiging'.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het beroep is beslist.