ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9615
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring minderjarige ondanks non-coöperatie
Eiser, een 17-jarige minderjarige met Palestijnse nationaliteit, is op 13 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft eerdere beroepen tot opheffing van de bewaring ongegrond verklaard. Het huidige beroep richt zich op het voortduren van de vrijheidsontneming en een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelt of er voldoende perspectief is op uitzetting en of de bewaring in redelijkheid kan worden voortgezet. Hoewel eiser minderjarig is en het belang van een zo kort mogelijke bewaring bij minderjarigen zwaar weegt, weegt de non-coöperatieve houding van eiser zwaarder. Eiser weigert concrete informatie te verstrekken over zijn verblijf in Frankrijk en blijft volharden in zijn Palestijnse nationaliteit, ondanks een verklaring van de Palestijnse autoriteit dat hij deze niet bezit.
De rechtbank constateert dat verweerder voldoende voortvarend handelt om uitzetting te effectueren, met onder meer het indienen van een laissez-passer aanvraag en persoonlijke presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring niet is opgeheven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.