ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8040
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging verblijfsvergunning studie wegens schending hoorplicht
Verzoekster, houdster van een verblijfsvergunning voor studie, vroeg verlenging aan na overschrijding van de maximale verblijfsduur. Verweerder wees de aanvraag af omdat de maximale studietermijn was verstreken en oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden tot afwijking van het beleid leidden.
Verzoekster stelde dat verweerder ten onrechte van het horen was afgezien, waardoor belangrijke informatie over haar overmachtsituatie (depressie) niet werd ingewonnen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat verweerder had moeten horen.
De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet van het beleid werd afgeweken en dat het rapport van de psycholoog aan het Bureau Medische Advisering had moeten worden voorgelegd. De belangenafweging tussen het individuele belang van verzoekster en het algemeen belang ontbrak.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de hoorplicht en zorgvuldige belangenafweging. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende belangenafweging.