ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7095
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Eiser is op 21 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het oog op uitzetting naar China. Eiser stelt de Chinese nationaliteit te bezitten, maar beschikt niet over identiteitsdocumenten. De rechtbank overweegt dat het primair aan eiser is om zijn nationaliteit te bewijzen, maar dat het niet realistisch is om van de Chinese autoriteiten te verwachten dat zij een laissez passer verstrekken puur op basis van een onderzoek naar nationaliteit.
Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom niet van de Chinese nationaliteit kan worden uitgegaan en stelde slechts dat de Mandarijnse taal ook in Maleisië of Indonesië wordt gesproken, wat onvoldoende is. De rechtbank concludeert dat het zicht op uitzetting naar China ontbreekt, wat reeds het geval was bij oplegging van de bewaring.
Daarom is de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd met de wet en wordt de bewaring opgeheven per 5 december 2008. Tevens wordt eiser een schadevergoeding toegekend van €1.295 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en worden de proceskosten van €644 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar China en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.