ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen kwalificatie van woning als eigen woning bij verblijf in het buitenland
Eiser was voor de jaren 2002 en 2003 uitgezonden naar het buitenland en woonde daar met zijn echtgenote, terwijl hun woning in Nederland werd bewoond door de zoon van eiser en een neef. Verweerder stelde de woning niet als eigen woning aan te merken en corrigeerde de belastingaanslagen dienovereenkomstig.
Eiser voerde aan dat de woning te allen tijde voor hem en zijn echtgenote beschikbaar was en niet aan derden was verhuurd, waardoor het als eigen woning moest worden beschouwd. Verweerder stelde dat het hoofdverblijf van eiser en zijn echtgenote in het buitenland lag en dat de woning feitelijk aan de zoon ter beschikking stond.
De rechtbank oordeelde dat het hoofdverblijf van eiser in het buitenland lag en dat de woning daarom niet als eigen woning kon worden aangemerkt. De bewoning door de zoon en het ontbreken van gezamenlijke huishouding met eiser waren doorslaggevend. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslagen voor 2002 en 2003.