ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7044
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- C. van Boven-Hartogh
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan vereiste legale arbeid
Eiser, een Turkse werknemer, had een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'verblijf bij partner' en verrichtte sinds 1 juni 2005 legale arbeid bij een werkgever in Rotterdam. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht per 10 februari 2006 in omdat de relatie tussen eiser en zijn partner was verbroken, waardoor hij niet langer aan de voorwaarden van de vergunning voldeed.
Eiser stelde dat hij na één jaar legale arbeid op grond van het Besluit 1/80 recht had op verlenging van zijn verblijf en arbeid, ondanks de intrekking van zijn vergunning. De rechtbank oordeelde dat het recht op verblijf en arbeid onder het Besluit 1/80 rechtstreekse werking heeft, maar dat dit vereist dat de arbeid wordt verricht onder een stabiel en niet-omstreden verblijfsrecht gedurende ten minste één jaar.
Omdat eiser vanaf 10 februari 2006 niet meer beschikte over een onomstreden verblijfsrecht en de periode van één jaar legale arbeid niet kon volmaken, kon hij geen rechten ontlenen aan het Besluit 1/80. De rechtbank vond geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldeed aan de vereiste van één jaar legale arbeid onder een onomstreden verblijfsrecht.