ECLI:NL:RBSGR:2008:BG6379
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke aanhouding tijdens ontruiming
Eiser werd op 16 oktober 2008 tijdens de ontruiming van een pand in Amsterdam strafrechtelijk aangehouden wegens overtreding van artikel 447e Wetboek van Strafrecht, nadat hij geen identiteitsbewijs kon tonen en zijn naam verschillend spelde. De verbalisant, als hulpofficier van justitie, voerde deze aanhouding uit in het kader van zijn politietaak tijdens de ontruiming.
Eiser stelde dat de staandehouding en aanhouding onrechtmatig waren omdat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat de bewaring disproportioneel was gezien zijn situatie. Verweerder betoogde dat de aanhouding plaatsvond binnen de algemene politietaken en dat eiser al zeventien jaar illegaal in Nederland verbleef, waardoor bewaring gerechtvaardigd was.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding niet viel onder vreemdelingenrechtelijke staandehouding, maar onder andere politietaken, zodat geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf vereist was. De bewaring werd als proportioneel en gerechtvaardigd beoordeeld, mede vanwege het ontbreken van identiteitspapieren, verblijfplaats en middelen van bestaan, en het risico op ontduiking van uitzetting.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.