ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5933
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.R. van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens rechtmatig verblijf met Schengenvisum
Eiseres werd op 13 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege vermeende overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Ten tijde van haar staandehouding beschikte zij over een geldig Schengenvisum, dat rechtmatig verblijf in Nederland verschafte. Verweerder stelde dat het rechtmatig verblijf van eiseres van rechtswege was geëindigd door het werken in strijd met de Wav, maar de rechtbank oordeelde dat dit artikel slechts ziet op beëindiging van een vrije termijn, wat hier niet aan de orde was.
De rechtbank stelde vast dat het visum geldig bleef tot het moment van intrekking door de Koninklijke Marechaussee op 21 november 2008, na de inbewaringstelling. Hierdoor was er geen grond voor de bewaring op 13 november 2008. De vraag of eiseres in strijd met de Wav handelde en de verblijfsvergunning mocht worden ingetrokken, bleef in deze procedure buiten beschouwing.
Op grond van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd een immateriële schadevergoeding toegekend van €120 per dag voor de periode dat eiseres ten onrechte in bewaring zat, wat neerkomt op €1.560. De bewaring werd per direct opgeheven, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €644. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de kosten van een door eiseres meegebrachte getuige.
Uitkomst: De bewaring werd opgeheven en eiseres kreeg een schadevergoeding van €1.560 wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.