ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verblijfsvergunning op grond van mvv-vereiste en hardheidsclausule
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder heeft het mvv-vereiste gehandhaafd en geweigerd hiervan af te wijken op grond van de hardheidsclausule, omdat niet was gebleken dat eiseres al het mogelijke had gedaan om een paspoort of reisdocument te verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat het mvv-vereiste slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden losgelaten en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet redelijkerwijs kon voldoen aan dit vereiste. Het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 8 EVRM Pro) inzake gezinsleven wordt verworpen, mede omdat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar is met eerdere jurisprudentie die tot vrijstelling leidde.
De rechtbank stelt dat het opbouwen van een gezinsleven in Nederland voor rekening en risico van eiseres komt, terwijl niet duidelijk was of zij hier mocht blijven. Ook de stelling dat verblijf in China onmogelijk is, wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.