ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Smorenburg
- L. de Loor-Alwin
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens ontbreken wettelijke grondslag na inwerkingtreding Invoeringswet Wfsv
Eiseres, een groothandel in hard- en software, kreeg een boete opgelegd omdat zij niet tijdig jaaropgaven had ingediend volgens artikel 12 van Pro het Loonadministratiebesluit. Deze boete werd opgelegd na 1 januari 2006, de datum waarop de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en de daarop gebaseerde regelingen vervielen door de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).
De rechtbank oordeelt dat de boete buiten de reikwijdte van artikel 44 van Pro de Invoeringswet Wfsv valt en dat er geen overgangsrechtelijke voorziening bestaat die de boetebepalingen van de CSV na die datum in stand houdt. Hierdoor ontbreekt een wettelijke grondslag voor de boete. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het boetebesluit.
De rechtbank veroordeelt tevens verweerder in de proceskosten van eiseres en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 3 juli 2008. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het boetebesluit wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag en herroept de boete.