ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5288
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring Chinese vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd op 29 oktober 2008 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Tegen deze maatregel stelde hij beroep in, stellende dat er geen zicht op uitzetting bestond vanwege het summiere aantal afgegeven laissez-passers door de Chinese autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat zicht op uitzetting reeds bij de inbewaringstelling moet bestaan. De enkele afgifte van twee laissez-passers in de periode voorafgaand aan de zitting vormde geen concrete aanwijzing voor een structurele wijziging in het beleid van de Chinese autoriteiten. Het overleg tussen Nederland en China leverde geen concrete aanknopingspunten op dat op korte termijn tot uitzetting kan worden overgegaan.
Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak werd geconcludeerd dat zonder concrete aanwijzingen geen nieuwe inbewaringstelling kan plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €1625,- wegens de onrechtmatige bewaring.
De uitspraak benadrukt het belang van concrete aanwijzingen voor zicht op uitzetting bij inbewaringstelling van vreemdelingen en sluit aan bij eerdere jurisprudentie over de afgifte van laissez-passers en het diplomatieke overleg tussen Nederland en China.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en er wordt een schadevergoeding van €1625,- toegekend.