ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5219
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Reer Hamar wegens strijd met artikel 3 EVRM
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende lid van de kwetsbare minderheidsgroep Reer Hamar, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder, dat vereist dat eiser beperkte individuele indicaties moet aantonen voor een dreigende schending van artikel 3 EVRM Pro, in strijd is met het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dat stelt dat het enkel behoren tot een kwetsbare minderheidsgroep voldoende is.
De rechtbank stelt vast dat eiser onbetwist tot de Reer Hamar behoort en dat deze groep structureel slachtoffer is van ernstige mensenrechtenschendingen. Het beleid van verweerder, neergelegd in WBV 2007/20 en WBV 2008/12, is daarmee onjuist toegepast en het besluit mist een deugdelijke motivering, strijdig met artikel 7:12 Awb Pro.
Verder oordeelt de rechtbank dat het beroep gegrond is en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het oordeel dat het behoren tot de kwetsbare minderheidsgroep Reer Hamar voldoende is voor bescherming onder artikel 3 EVRM.