ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4969
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- L. de Loor-Alwin
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens buitenwerkingstelling wettelijke grondslag
Eiseres, een onderneming in de kledinghandel, kreeg een boete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van jaaropgaven over 2004, op grond van artikel 12, eerste lid, van het Loonadministratiebesluit. Verweerder, het UWV, verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de boete niet viel onder de overgangsbepalingen van artikel 44 en Pro 45 van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), omdat de boete niet betrekking had op een periode na 1 januari 2006 en niet binnen de in die artikelen genoemde beschikkingen viel. Tevens werd het verdragsrechtelijke uitgangspunt toegepast dat niemand kan worden veroordeeld voor een feit dat ten tijde van het handelen niet strafbaar was, en dat bij latere wetswijzigingen de lichtere straf moet worden toegepast.
Gezien het vervallen van de wettelijke grondslag voor de boete na 1 januari 2006 en het ontbreken van een vergelijkbare bepaling in de nieuwe wetgeving, kon het boetebesluit niet in stand blijven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het boetebesluit.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters, en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het boetebesluit wordt vernietigd en herroepen.