ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4938
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming stukken in successierechtzaak wegens geheimhoudingsplicht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal in hoeverre eiseres, een onterfde legitimaris, recht heeft op kennisneming van stukken die ten grondslag liggen aan de aan haar opgelegde aanslag successierecht. Verweerder beroept zich op de geheimhoudingsplicht uit artikel 67 AWR Pro om inzage te beperken.
De rechtbank stelt vast dat artikel 8:42 Awb Pro zodanig moet worden uitgelegd dat belanghebbenden recht hebben op overlegging van stukken die van belang kunnen zijn voor de besluitvorming, tenzij sprake is van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 Awb Pro of misbruik van procesrecht. De rechtbank verwerpt het verweer van verweerder dat eiseres misbruik van procesrecht maakt, omdat zij de aanslag uitdrukkelijk bestrijdt.
De rechtbank oordeelt dat de geheimhoudingsplicht uit artikel 67 AWR Pro niet zonder meer tot volledige onthouding van de stukken leidt, omdat deze nodig zijn voor de uitvoering van de Successiewet 1956 en de verdediging van de aanslag. Echter, kennisneming door eiseres wordt beperkt tot die delen van de stukken die noodzakelijk zijn om de juistheid en omvang van de aanslag te beoordelen. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld te bepalen hoe hij met deze beslissing omgaat, en eiseres kan aangeven of zij instemt met beperkte kennisneming als grondslag voor uitspraak.
Uitkomst: Eiseres krijgt beperkte inzage in stukken die noodzakelijk zijn voor beoordeling van de aanslag successierecht, volledige inzage wordt geweigerd vanwege geheimhoudingsplicht.