ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4430
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
De vreemdelinge, een Chinese nationaliteit dragende vrouw, werd op 8 oktober 2008 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie. Zij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel, stellende dat er geen zicht was op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn.
De rechtbank overwoog dat hoewel de Staatssecretaris diplomatieke inspanningen had verricht en twee laissez-passers waren verstrekt (op 8 september en 21 oktober 2008), dit niet leidde tot een structureel gewijzigde houding van de Chinese autoriteiten. Hierdoor ontbrak het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring vanaf 8 oktober 2008 onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een schadevergoeding van €1890 toegekend voor 23 dagen onrechtmatige bewaring en werden proceskosten van €644 aan de vreemdelinge toegekend. De maatregel werd per direct opgeheven.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdelinge werd opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en er werd schadevergoeding toegekend.