ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4056
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende zicht op uitzetting
De Staatssecretaris van Justitie heeft op 4 september 2008 aan eiser, een Georgische burger afkomstig uit Abchazië, de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Eiser stelde dat de Georgische autoriteiten geen laissez passer zouden afgeven vanwege zijn afkomst, waardoor uitzetting niet mogelijk zou zijn. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring bevestigd en beoordeelt nu alleen het voortduren hiervan.
Tijdens de procedure heeft verweerder een vertrekgesprek gevoerd en een rappel gestuurd aan de Georgische autoriteiten voor afgifte van een laissez passer. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat de Georgische autoriteiten weigeren laissez passers af te geven aan burgers met banden met Abchazië, aangezien Georgië Abchazië als deel van haar grondgebied beschouwt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat uitzetting niet mogelijk is.
De rechtbank concludeert dat verweerder voortvarend handelt en eiser onvoldoende meewerkt aan uitzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.