ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3971
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskosten bezwaar wegens onrechtmatige beleidswijziging in verblijfsvergunningverlening
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, had een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar echtgenoot aangevraagd, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het primaire besluit herroepen, maar de proceskosten in bezwaar werden afgewezen met een motivering die niet strookte met de feitelijke beleidswijziging waarop de herroeping was gebaseerd.
De rechtbank constateerde dat de beleidswijziging, die voortvloeide uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over artikel 8 EVRM Pro, pas na het primaire besluit was ingevoerd. Dit betekende dat verweerder al vóór het besluit gehouden was de vergunning te verlengen, waardoor de herroeping het gevolg was van een aan verweerder te verwijten onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van de proceskosten in bezwaar onterecht was en dat het besluit op dit punt vernietigd moest worden. Tevens werd vastgesteld dat de nieuwe motivering van verweerder geen nieuw besluit vormde, maar binnen het geding viel.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep, en wees de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon voor betaling van griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de proceskosten betrof.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten in bezwaar toe wegens onrechtmatige beleidswijziging en veroordeelt verweerder tot betaling van kosten.