ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3937
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning wegens niet voldoen wettelijke legesvereiste
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie buiten behandeling werd gesteld omdat de leges niet per kas of pinbetaling op het IND-kantoor te Hoofddorp waren voldaan. Eiser voerde aan dat hij niet in de gelegenheid was gesteld de aanvraag aan te vullen en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de verplichting tot legesbetaling op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 door de wetgever is bedoeld als een verplichting die in een ministeriële regeling moet worden vastgelegd en niet in beleidsregels. Het beleid dat betaling per kas of pin vereist stelt, is geen wettelijk voorschrift en kan daarom niet leiden tot buitenbehandelingstelling op die grond.
Daarnaast heeft eiser niet voldaan aan de verplichting om de aanvraag in persoon in te dienen met de benodigde documenten, waaronder een geldig paspoort, waardoor de aanvraag ook op die grond terecht buiten behandeling is gesteld. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het verzoek om een voorlopige voorziening tot het verbod van uitzetting werd afgewezen omdat het beroep reeds was beslist.
De rechtbank concludeerde dat het besluit van de Staatssecretaris rechtmatig was en dat het beroep ongegrond verklaard moest worden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.