ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring ondanks afwezigheid raadsman bij vertrekgesprek
Eiser, een vreemdeling van Tsjadische nationaliteit, is sinds 30 oktober 2007 in bewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en voerde aan dat deze onrechtmatig was geworden omdat zijn raadsman niet aanwezig was bij het vertrekgesprek op 25 september 2008. Tevens verwees hij naar uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) inzake Magee en Brennan.
De rechtbank overweegt dat er geen wettelijke regel is die voorschrijft dat een raadsman bij vertrekgesprekken aanwezig moet zijn. De EHRM-uitspraak betrof strafrechtelijke verhoren met intimiderende technieken, wat hier niet aan de orde is. Eiser heeft niet aangetoond dat hij door de afwezigheid van zijn raadsman is geschaad.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de overheid voldoende voortvarend heeft gehandeld in het lp-traject, ondanks eerdere weigeringen door Soedanese en Tsjadische autoriteiten. Eiser belemmerde het onderzoek door onvoldoende medewerking te verlenen en geen concrete informatie te verstrekken over zijn identiteit. De duur van de bewaring van meer dan elf maanden weegt niet zwaarder dan de belangen van de overheid.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.