ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1057
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring ondanks afwezigheid eiseres wegens ziekte
Eiseres is op 23 september 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft hiertegen beroep ingesteld, inclusief een verzoek om schadevergoeding. De zitting vond plaats op 8 oktober 2008, waarbij eiseres wegens haar gezondheidstoestand niet kon verschijnen. Een arts in het detentiecentrum verklaarde dat zij door complicaties na een grote operatie niet in staat was te verschijnen, wat de rechtbank als overmacht beoordeelde.
De rechtbank oordeelde dat het niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen horen van eiseres niet tot opheffing van de bewaring hoefde te leiden, mede gelet op artikel 5, vierde lid, EVRM. De rechtbank vond dat het besluit tot bewaring rechtmatig was, omdat eiseres geen identiteitspapier had, geen vaste woon- of verblijfplaats en zich niet had aangemeld bij de korpschef.
Eiseres voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was en dat de belangenafweging humanitaire gronden in haar voordeel zou moeten uitvallen. De rechtbank verwierp deze gronden, oordeelde dat het redelijke vermoeden gebaseerd kon worden op het proces-verbaal van de staandehouding en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld om haar uitzetting voor te bereiden.
De rechtbank concludeerde dat de procedure en uitvoering van de bewaring aan de wettelijke eisen voldeden en dat er geen reden was om de bewaring op humanitaire gronden op te heffen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.