ECLI:NL:RBSGR:2008:BG0940
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Internationale kinderontvoering en teruggeleiding minderjarige volgens Haagse Verdrag
De zaak betreft een verzoek van de Nederlandse Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van een minderjarige die ongeoorloofd naar Nederland is overgebracht vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar het kind zijn gewone verblijfplaats had. De vader, woonachtig in Londen, stelt dat hij gezamenlijk gezag over het kind uitoefent volgens Engels recht, terwijl de moeder dit betwist. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende inzicht bestaat in het Engelse gezagsrecht en verzoekt om een verklaring van de bevoegde Engelse autoriteiten over de rechtmatigheid van de overbrenging.
De moeder voert aan dat terugkeer van het kind ernstige risico's inhoudt, waaronder lichamelijk en geestelijk gevaar door de vader, en dat zij niet kan terugkeren vanwege financiële en woonproblemen. De vader ontkent deze beschuldigingen en stelt dat hij in het belang van het kind handelt. De rechtbank wijst erop dat de moeder haar standpunt omtrent het risico op gevaar nader moet onderbouwen en dat de Centrale Autoriteit moet informeren over beschermingsmaatregelen na terugkeer.
De rechtbank houdt de behandeling aan tot 15 november 2008, zodat partijen hun standpunten kunnen aanvullen en de Engelse autoriteiten kunnen reageren. Tevens wordt mediation als optie aanbevolen om tot een minnelijke oplossing te komen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de beslissing over teruggeleiding en proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot teruggeleiding wordt aangehouden tot 15 november 2008 in afwachting van een verklaring van de Engelse autoriteiten en nadere onderbouwing van partijen.