ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9169
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake niet-aanbod verblijfsvergunning pardonregeling
Verzoeker heeft naar aanleiding van een telefonische mededeling dat hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van de pardonregeling (WBV 2007/11) een afschrift van de interne beoordeling ('minuut') opgevraagd en een bezwaarschrift ingediend tegen deze mededeling en de schriftelijke beslissing daarin. Vervolgens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te verbieden totdat op het bezwaar is beslist.
De rechtbank overweegt dat de beslissing van verweerder niet is neergelegd in een schriftelijk besluit gericht aan verzoeker en daarom geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Ook is er geen sprake van een schriftelijke weigering een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:2 Awb Pro. De toegezonden minuut is een intern ambtelijk stuk zonder extern rechtsgevolg.
Voorts oordeelt de rechtbank dat het niet doen van een aanbod op grond van de regeling geen handeling is als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat dit artikel bedoeld is voor handelingen waartegen anders geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat. Verzoeker kan immers een aanvraag indienen waarop verweerder moet beslissen.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het indienen van een aanvraag niet onredelijk bezwarend is, mede omdat betaalde leges worden gerestitueerd indien ten onrechte geen aanbod is gedaan en vrijstelling van het mvv-vereiste kan worden verleend. Daarom heeft het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Er worden geen proceskosten toegewezen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er geen besluit is en het niet doen van een aanbod geen bestuursrechtelijke handeling vormt.