ECLI:NL:RBSGR:2008:BF6810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij gebruik alias en verblijfplaats
Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, werd op 1 september 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hij voerde aan dat hij geen aliassen gebruikte en dat hij zich met zijn eigen naam bij de politie had geïdentificeerd, ondanks dat hij zich bij een casino met een vals identiteitsbewijs had gelegitimeerd. Tevens stelde hij dat hij zich wilde vestigen in Engeland als gezinslid van zijn moeder, EU-burger.
De staatssecretaris stelde dat eiser niet in de GBA stond ingeschreven en onduidelijkheid bestond over zijn verblijfplaats. Ook werd het gebruik van aliassen als grond voor bewaring genoemd, mede vanwege het valse identiteitsbewijs en een bankpas op naam van een ander. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van aliassen niet als grondslag voor bewaring kon dienen, omdat eiser tegenover de politie zijn eigen naam gebruikte en geen valse identiteit had opgegeven.
De rechtbank vond echter dat het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats een gegronde reden voor bewaring bleef, ondanks dat de waarde hiervan gerelativeerd moest worden vanwege de onduidelijkheid over het adres. Ook oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris niet verplicht was een lichter middel toe te passen, zoals het toestaan van een paspoortaanvraag in Brussel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.