ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3854
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens lopende ongewenstverklaring
Eiser, een Russische nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd afgewezen omdat eiser tot ongewenst vreemdeling was verklaard, een status die nog steeds voortduurt. Hierdoor kan eiser geen rechtmatig verblijf verkrijgen zolang de ongewenstverklaring van kracht is.
De rechtbank overweegt dat hoewel de afwijzingsgrond niet expliciet genoemd wordt in artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, de bevoegdheid tot afwijzing gegrond is op artikel 14 van Pro die wet. De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat een ongewenst verklaarde vreemdeling geen rechtmatig verblijf kan hebben zolang de verklaring geldt.
Eiser heeft geen nieuwe rechtsmiddelen tegen de ongewenstverklaring aangewend en ook geen nieuwe asielaanvraag ingediend. Het bezwaar tegen de afwijzing is ongegrond verklaard en de rechtbank ziet geen reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan procesbelang. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege de lopende ongewenstverklaring.