ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3708
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake asielaanvraag voorafgaand aan uitzetting
Verzoeker stelde dat hij voorafgaand aan zijn uitzetting naar Turkije een asielverzoek had gedaan en dat hij ten onrechte niet in de gelegenheid was gesteld een formele asielaanvraag in te dienen. Hij verwees naar internationale regelgeving die vereist dat een asielverzoek wordt gehonoreerd voordat uitzetting plaatsvindt.
De voorzieningenrechter overwoog dat uit het proces-verbaal van de politierechter slechts bleek dat verzoeker het voornemen had uitgesproken om asiel aan te vragen, maar dat hij geen formeel verzoek had ingediend. Ook was niet gebleken dat verzoeker rond zijn verwijdering nog om asiel had verzocht. De gemachtigde van verzoeker had pas op 11 augustus 2008 een fax gestuurd waarin de wens tot asielaanvraag werd gemeld, na de uitzetting op 9 augustus.
Omdat niet was aangetoond dat verzoeker daadwerkelijk een asielaanvraag had gedaan, kon er geen sprake zijn van een weigering door verweerder om hem die mogelijkheid te bieden. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat niet was gebleken dat verzoeker daadwerkelijk een asielaanvraag had ingediend voorafgaand aan zijn uitzetting.