ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3491
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van belang bij aanvraag verblijfsdocument EU-burger
Eiser, een Poolse EU-burger, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na afwijzing en bezwaar werd het bezwaar gegrond verklaard, maar bij een later besluit werd opnieuw een verklaring van inschrijving afgegeven in plaats van een verblijfskaart.
Eiser stelde dat hem onterecht geen verblijfskaart was verstrekt en dat hij daardoor in de praktijk problemen ondervond bij banken, woningcorporaties en overheidsinstanties. Hij beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en verwijst naar een vergelijkbare situatie van een andere Poolse burger die wel een verblijfskaart ontving.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van inschrijving dezelfde rechtsgevolgen heeft als de verblijfskaart vóór 1 mei 2006 en dat alle rechten voortvloeien uit het EU-verdrag zelf. Het ontbreken van een verblijfskaart leidt niet tot een gunstiger positie voor eiser. Problemen die eiser ondervindt zijn het gevolg van onbekendheid van derden met de regelgeving en niet van het besluit.
Daarom heeft eiser geen belang bij het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst ook het beroep op een schadevergoedingsvordering af omdat eiser reeds een uitspraak heeft die de eerdere weigering vernietigt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.