ECLI:NL:RBSGR:2008:BF2110
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens onrechtmatige staandehouding in vreemdelingenrecht
Eiser, een Ivoriaanse vreemdeling, werd op 29 juli 2008 staande gehouden nabij een opvanghuis voor dak- en thuislozen in Leiden. De verbalisanten vroegen om zijn identiteit omdat hij als enige onbekende in een groep harddruggebruikers en alcoholisten werd gezien. Eiser toonde een gescheurd proces-verbaal van vermissing van zijn reisdocument. Na navraag bij de meldkamer bleek hij een niet tot het Schengen toe te laten vreemdeling, waarna hij werd aangehouden en de maatregel van bewaring werd opgelegd.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van de staandehouding en het redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De rechtbank stelde vast dat uit het proces-verbaal onvoldoende blijkt dat de staandehouding plaatsvond op grond van andere wettelijke bevoegdheden dan de Vreemdelingenwet 2000. De enkele omstandigheid dat eiser zich bevond in een groep dak- en thuislozen en niet werd herkend, vormde geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf.
De rechtbank overwoog dat de belangen die verweerder aanvoerde ter rechtvaardiging van de bewaring, waaronder het vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken, onvoldoende zwaarwegend waren. Daarom was voortzetting van de maatregel van bewaring niet redelijk gerechtvaardigd. De maatregel werd opgeheven met ingang van 14 augustus 2008.
Daarnaast kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.200,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten van €644,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de overige punten bleven onbesproken.
Uitkomst: De maatregel van bewaring werd opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en eiser kreeg schadevergoeding toegekend.