ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1049
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en afwijzing schadevergoeding in vreemdelingenbewaring
Eiser, een Indiase vreemdeling, werd op 5 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. Hij voerde aan dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde, mede omdat eerdere aanvragen voor laissez-passers niet tot uitzetting hadden geleid en er geen reëel zicht op uitzetting bestond.
De verweerder stelde dat er wel degelijk sprake was van voldoende voortvarendheid en een reëel zicht op uitzetting. Nieuwe aanvragen voor laissez-passers waren ingediend, waarbij de Indiase autoriteiten tussen juli 2007 en augustus 2008 circa 30 laissez-passers hadden verstrekt aan vreemdelingen in bewaring. Hoewel niet exact kon worden bevestigd of deze laissez-passers betrekking hadden op de recente aanvragen, achtte de rechtbank dit voldoende indicatie voor voortgang.
De rechtbank overwoog dat eerdere niet-succesvolle aanvragen niet betekenen dat nieuwe aanvragen zinloos zijn. De voortgang van het proces, waaronder een vertrekgesprek en geplande presentatie bij de Indiase autoriteiten, toonde aan dat de overheid voldoende voortvarend handelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.