ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0147
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en onrechtmatige bewaring wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit, werd op 12 juli 2008 staande gehouden en vervolgens in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De staandehouding vond plaats na een melding van een verdachte man in de omgeving van de Morsestraat, maar zonder dat een signalement was gegeven. De verbalisanten troffen een onbekende man aan in de Franklinstraat en vroegen om legitimatie, die eiser niet kon tonen.
De rechtbank overweegt dat de staandehouding niet rechtmatig was omdat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, zoals vereist op grond van artikel 50, eerste lid, Vw 2000. De enkele aanwezigheid van eiser rond middernacht op straat is onvoldoende voor een dergelijk vermoeden. Ook het betoog van verweerder dat de staandehouding plaatsvond in het kader van de Politiewet wordt verworpen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
De maatregel van bewaring, opgelegd op 12 juli 2008, wordt geacht onrechtmatig te zijn vanaf het begin. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring per 19 augustus 2008 en kent eiser een schadevergoeding toe van € 2.735,- voor de ten onrechte doorgebrachte dagen in politiecel en huis van bewaring. Tevens worden de proceskosten van eiser ten laste van de Staat der Nederlanden gebracht.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldig en geobjectiveerd vermoeden bij staande houdingen in vreemdelingenzaken en benadrukt dat onrechtmatige staandehouding kan leiden tot onrechtmatige bewaring, met financiële consequenties voor de overheid.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en eiser ontvangt een schadevergoeding.