ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9555
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Chinese staatsburger, werd op 13 november 2007 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank hield op 23 juni 2008 een openbare zitting en heropende het onderzoek op verzoek om aanvullende informatie.
De rechtbank overwoog dat eiser sinds mei 2007 geen laissez-passer van de Chinese autoriteiten kon verkrijgen via de Immigratie- en Naturalisatiedienst, maar dat via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) wel enkele vreemdelingen zijn teruggekeerd. Eiser had zijn paspoort bij aankomst in Nederland verscheurd en had onvoldoende inspanningen geleverd om zijn vertrekplicht na te komen, waaronder het niet tijdig benaderen van de IOM en het niet overleggen van het originele identiteitsbewijs.
De rechtbank stelde dat ondanks de lange duur van de maatregel het belang van de grensbewaking zwaarder weegt dan het belang van eiser bij invrijheidstelling. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.