ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van der Lee
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 7 augustus 2008 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het vervolgberoep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring van een Chinese vreemdeling. De bewaring was opgelegd met het oog op uitzetting naar China, waarover de rechtbank eerder had geoordeeld dat bij het beschikken over een geldig Chinees paspoort uitzetting mogelijk is.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond, mede vanwege het niet verstrekken van laissez passers door Chinese autoriteiten. De rechtbank stelde echter dat van de vreemdeling mag worden verwacht dat hij actief meewerkt aan het verkrijgen van documenten die nodig zijn voor uitzetting. Eiser had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die hem verhinderen zijn identiteit te staven en had bovendien niet actief meegewerkt.
De rechtbank nam mee dat eiser tijdens vertrekgesprekken had aangegeven niet de waarheid te hebben gesproken en dat hij op enig moment beschikte over een paspoort. Verweerder had voldoende voortvarendheid betracht in het onderzoek en de voorbereiding van de uitzetting. Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de voortzetting van de bewaring rechtmatig was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.