ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9152
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid van beide ouders voor onbetaalde kinderopvangkosten ondanks feitelijk uiteengaan
De Stichting Kinderopvang DAK vordert betaling van onbetaalde kinderopvangkosten voor twee minderjarige kinderen van de ouders [A.] en [C.]. De opvang vond plaats van december 2004 tot januari 2006, nadat de ouders feitelijk waren gescheiden en moeder de opvang op particuliere basis had voortgezet. De Stichting baseert haar vordering niet op contractuele grondslag jegens vader [A.], maar op artikel 1:85 BW Pro, dat hoofdelijkheid van echtgenoten voor huishoudelijke schulden regelt.
De rechtbank stelt vast dat vader [A.] niet de contractuele wederpartij is, maar dat de wet hem als echtgenoot hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de kinderopvangkosten, ook na feitelijk uiteengaan. De verweren van [A.] dat hij niet heeft ingestemd met de opvang of dat er geen opdracht was voor een van de kinderen, worden verworpen. De rechtbank oordeelt dat de Stichting voldoende bewijs heeft geleverd van de omvang van de betalingsachterstand en dat het debiteurenbeheer van de Stichting niet zodanig tekort is geschoten dat matiging gerechtvaardigd is.
De rechtbank veroordeelt vader [A.] tot betaling van € 13.716,38 plus wettelijke rente vanaf 10 januari 2007 en proceskosten. Incassokosten worden niet toegewezen aan [A.] vanwege beperkte correspondentie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vader wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van onbetaalde kinderopvangkosten en proceskosten, met wettelijke rente vanaf 10 januari 2007.