ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8717
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier Dassen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese onderdaan, werd op 7 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning op 18 juni 2008, werd hij opnieuw in bewaring genomen. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of er voldoende perspectief bestond op uitzetting naar China en of de overheid voldoende voortvarend handelde. Uit stukken en zitting bleek dat sinds ruim een jaar geen laissez-passers door Chinese autoriteiten werden verstrekt en dat er nog geen gesprekken met China waren gevoerd, alleen een interdepartementale bijeenkomst half juli 2008.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat binnen een redelijke termijn uitzetting mogelijk was. De uitnodiging aan Chinese autoriteiten om te overleggen was nog niet verstuurd en concrete voortgang ontbrak. Daarom was de voortzetting van de bewaring onrechtmatig vanaf 5 augustus 2008.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van EUR 630 voor negen dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten. De maatregel werd met ingang van 14 augustus 2008 opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.