ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering aanbod verblijfsvergunning generaal pardon niet aan te merken als besluit
Eiser, een vreemdeling van Iraakse nationaliteit, kreeg mondeling te horen dat hem geen aanbod tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet zou worden gedaan. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard omdat geen sprake zou zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank behandelde het geschil en oordeelde dat de mondelinge mededeling niet voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste van een besluit en dat de toegezonden minuut slechts een intern stuk is dat geen deel uitmaakt van het besluit. Tevens is de weigering geen handeling die gelijkgesteld kan worden met een beschikking onder artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank stelde dat eiser een aanvraag kan indienen waarop verweerder een besluit moet nemen, waarbij onder voorwaarden alsnog een aanbod kan worden gedaan. De stelling van eiser dat dit niet zinvol is, werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat de rechtsbescherming voldoende is gewaarborgd en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 7 augustus 2008, waarbij ook werd opgemerkt dat geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de mondelinge weigering van het aanbod verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.