ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9304
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden wegens onvoldoende motivering
Verzoekers, een gezin van Turkse nationaliteit met drie in Nederland geboren minderjarige kinderen, verzochten om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden (14/1-brief). Verweerder wees dit verzoek af, waarbij hij toetste aan criteria uit een brief van de minister van Justitie van 21 februari 2007. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd welk gewicht moet worden toegekend aan het feit dat verzoekers drie in Nederland geboren minderjarige kinderen hebben, terwijl dit volgens verzoekers afzonderlijk zwaarwegende factoren zijn.
Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat het standpunt van verweerder dat de langdurige gedoogstatus door de gemeente Amsterdam niet relevant is, onredelijk is. Het handelen of nalaten van een gemeentelijke overheid kan wel degelijk een factor zijn die meegewogen moet worden bij de beoordeling van een 14/1-brief en bij de tegenwerping van een contra-indicatie.
Verder blijkt uit het dossier dat er geen sprake is van actieve niet-medewerking aan terugkeer door verzoekers, zoals verweerder stelt. De voorzieningenrechter concludeert dat verweerder de afwijzing van het verzoek niet op deugdelijke wijze heeft gemotiveerd en vernietigt het besluit. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat in de hoofdzaak wordt beslist.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het verzoek om een verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.