ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en inbewaringstelling wegens ontbreken bevoegdheid
Eiser werd op 27 juni 2008 staandegehouden door medewerkers van de Koninklijke Marechaussee die grensbewaking uitvoerden. De staandehouding vond plaats vanwege opvallend rijgedrag van een auto met Belgisch kenteken, waarna een alcoholcontrole werd uitgevoerd. De rechtbank stelde vast dat uit het proces-verbaal niet bleek op grond van welke bevoegdheid eiser was staandegehouden. Verweerder kon dit ondanks verzoeken niet duidelijk maken.
De rechtbank concludeerde dat eiser daarom onrechtmatig was staandegehouden op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarvoor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf vereist is. Het enkele opvallende rijgedrag van de bestuurder was onvoldoende voor een dergelijk vermoeden. Hierdoor was ook de daarop volgende inbewaringstelling onrechtmatig.
Gezien de onrechtmatigheid kende de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.430 voor de detentiedagen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten van €805. De bewaring van eiser werd onmiddellijk opgeheven. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke bevoegdheidsgrondslagen bij staandehoudingen in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de staandehouding en inbewaringstelling onrechtmatig waren, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding toe.