ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8361
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en inbewaringstelling wegens onvoldoende redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Eiseres werd op 25 juni 2008 staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld wegens een vermoeden van illegaal verblijf, gebaseerd op het feit dat zij aangifte had gedaan van vermissing van haar Oekraïense paspoort. Verweerder stelde dat dit redelijk vermoeden gebaseerd was op ervaringsgegevens van de politie over valse aangiftes van paspoortverlies door personen uit Oostbloklanden.
De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal onvoldoende concrete aanknopingspunten bevatte om het redelijk vermoeden te onderbouwen, mede omdat niet duidelijk was in hoeverre de informatie betrekking had op Oekraïense vreemdelingen. Aanvullende proces-verbalen boden geen sluitend bewijs dat de staandehouding op objectieve gronden was gebaseerd.
De rechtbank concludeerde dat de staandehouding onrechtmatig was en dat de daarop volgende inbewaringstelling eveneens onrechtmatig was, omdat verweerder geen belangen had gesteld die de bewaring rechtvaardigden ondanks de onrechtmatigheid van de staandehouding.
Gezien de onrechtmatigheid kende de rechtbank eiseres een schadevergoeding toe van €1.520 voor de detentieperiode en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten van €966. De bewaring van eiseres werd onmiddellijk opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de staandehouding en inbewaringstelling onrechtmatig zijn en kent een schadevergoeding toe.