ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en onterechte bewaring wegens gebrek aan redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Eiser werd op 25 mei 2008 aangehouden op het treinstation Hoofddorp nadat hij wegliep bij verbalisanten die hem wilden controleren. Hij kon geen legitimatie tonen en werd aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 447e WvSr. De rechtbank oordeelt dat uit het proces-verbaal niet blijkt dat de staandehouding plaatsvond in het kader van strafrechtelijke taken of een recent strafbaar feit, noch dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond.
De rechtbank stelt vast dat de controle op de identiteit van eiser moet worden beschouwd als een vreemdelingrechtelijke staandehouding op grond van artikel 50, eerste lid, Vw 2000. Omdat geen objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf aanwezig was, was de staandehouding onrechtmatig. Dit maakt ook de daaropvolgende inbewaringstelling onrechtmatig, aangezien de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot het gebrek.
Eiser had beroep ingesteld tegen de vrijheidsontnemende maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 5 juni 2008 en kent eiser een schadevergoeding toe van €850 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten van €644 aan eiser toegekend. De overige gronden van het beroep behoeven geen behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.