ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.R. van der Meer
- C.M. Derijks
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek naar verwijtbare werkloosheid
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd die door verweerder is geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat eiser een werkopdracht niet zou hebben uitgevoerd. Verweerder baseerde het besluit op het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en het verweerschrift van eiser, zonder aanvullend onderzoek bij de werkgever.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zijn onderzoeksplicht volgens artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht onvoldoende is nagekomen. Er was onvoldoende feitelijke grondslag om vast te stellen dat sprake was van een dringende reden voor ontslag en dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De zaak betreft de toepassing van artikel 24 van Pro de WW en de artikelen 7:677 en 7:678 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de rechtbank streng toetst aan de onderzoeksplicht en de noodzaak van een gedegen feitelijke onderbouwing bij het weigeren van een WW-uitkering.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek en ontbrekende feitelijke onderbouwing.