ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap en gerechtelijke vaststelling vaderschap in het belang van minderjarige
De vrouw heeft namens haar minderjarige kind een verzoek ingediend tot ontkenning van het vaderschap van [A], die als vader in de geboorteakte staat, en tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de overleden [B]. De rechtbank benoemde een bijzonder curator ter vertegenwoordiging van de minderjarige. Zowel de vrouw als de bijzonder curator achten het in het belang van het kind dat de juridische situatie overeenkomt met de biologische werkelijkheid.
De rechtbank oordeelt dat het vaderschap van [A] niet vaststaat en verklaart de ontkenning daarvan gegrond. Voor het vaststellen van het vaderschap van de overleden [B] is echter aanvullend bewijs vereist, dat alleen door DNA-onderzoek geleverd kan worden. De vrouw beschikt over materiaal om dit onderzoek te laten verrichten, maar kan de kosten niet dragen. De rechtbank wijst af dat de kosten door de staat worden gedragen en stelt de vrouw in de gelegenheid zelf DNA-onderzoek te laten uitvoeren.
De beslissing over het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt aangehouden tot uiterlijk 1 oktober 2008, in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek. De rechtbank benadrukt dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat de juridische situatie moet aansluiten bij de feitelijke situatie.
Uitkomst: De ontkenning van het vaderschap van [A] wordt gegrond verklaard en het verzoek tot vaststelling van het vaderschap van [B] wordt aangehouden tot ontvangst van DNA-onderzoek.