ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7481
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering inzake wrakingsprocedure Hoge Raad
Eiser heeft in een kort geding gevorderd dat de Staat der Nederlanden, in het bijzonder de Hoge Raad, wordt bevolen om rechtsconform te reageren op diverse vragen over de behandeling van zijn wrakingsverzoeken en cassatieberoepen. Deze vorderingen hadden betrekking op de wijze waarop de wrakingskamer en strafkamer van de Hoge Raad zijn omgegaan met zijn verzoeken, waaronder de samenstelling van het strafdossier, spreektijdbeperkingen en openbaarheid van zittingen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de beslissingen waartegen eiser zich richt, uitsluitend voorbehouden zijn aan de wrakingskamer en strafkamer van de Hoge Raad en dat deze niet kunnen worden aangevochten in een kort geding. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die een uitzondering rechtvaardigen. Bovendien staat tegen beslissingen van de wrakingskamer ingevolge artikel 515 lid 5 Sv Pro geen rechtsmiddel open.
Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan in een openbare zitting op 8 mei 2008 door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering en veroordeeld in de proceskosten.