ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7250
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat aanvraag verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd tevens aanvraag onbepaalde tijd inhoudt
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder werd ingewilligd met een geldigheidsduur van drie jaar. Eiser stelde dat op grond van beleidsonderdeel C21/2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 deze aanvraag tevens moest worden opgevat als een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, aangezien de aanvraag na het verstrijken van de maximale termijn werd ingewilligd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder nog geen beslissing had genomen op de aanvraag voor onbepaalde tijd en dat dit niet in overeenstemming was met de wettelijke beslistermijn van zes maanden. De rechtbank volgde eiser in zijn uitleg dat het beleid inhoudt dat in zulke gevallen de aanvraag voor onbepaalde tijd als ingediend moet worden beschouwd en dat verweerder daarop een beslissing moet nemen.
De rechtbank vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een beslissing moet nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Verweerder moet binnen zes weken beslissen op de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.