ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7243
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring EU-onderdaan wegens actuele bedreiging openbare orde door cocaïnehandel
Eiser, een Franse EU-onderdaan, is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor langdurige handel in cocaïne en andere strafbare feiten. Na detentie keerde hij niet terug van verlof, waardoor hij voortvluchtig werd verklaard. Verweerder beëindigde daarop zijn verblijfsrecht en verklaarde hem ongewenst op grond van artikel 27 van Pro Richtlijn 2004/38 en artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser voerde aan dat de informatie verouderd was, dat hij geen actuele bedreiging vormde en dat de opgelegde vertrektermijn onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat de gedragingen van eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor de samenleving vormen, mede gelet op de omvang en intensiteit van zijn cocaïnehandel en het ontbreken van bewijs voor gedragsverbetering.
De rechtbank stelde vast dat de verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel en dat de beperkingen van het verblijfsrecht gerechtvaardigd zijn onder het EG-Verdrag en Richtlijn 2004/38. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, en de opgelegde vertrektermijn werd niet beoordeeld vanwege het ontbreken van een verzoek tot voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring wordt bevestigd.