ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7235
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Sleeswijk Visser - de Boer
- A.P. Pereira Horta
- A.L. Frenkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
De vreemdeling, een Chinese onderdaan, betwist de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring en vordert tevens schadevergoeding. Hij stelt dat de Chinese autoriteiten sinds mei 2007 geen reisdocumenten verstrekken, waardoor uitzetting niet mogelijk is. De rechtbank beoordeelt of de voortzetting van de bewaring rechtmatig is gezien de omstandigheden.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat de vreemdeling de verplichting heeft actief mee te werken aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting. De vreemdeling heeft echter onvoldoende medewerking verleend, onder meer door het weigeren een aanvraagformulier voor een laissez-passer in te vullen en het niet verstrekken van juiste gegevens.
De rechtbank acht het aannemelijk dat bij volledige medewerking de Chinese autoriteiten de vreemdeling kunnen traceren en reisdocumenten kunnen verstrekken. Ondanks het uitblijven van concrete toezeggingen van China, is er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn vanwege lopende diplomatieke onderhandelingen en inspanningen van de Nederlandse overheid.
Daarom is de voortzetting van de bewaring niet onrechtmatig en is het beroep ongegrond. Ook wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris wordt aangespoord voortvarend te handelen en regelmatig te toetsen of voortzetting van de maatregel gerechtvaardigd blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.