ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7230
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Centraal-Irak
Eiser, van Iraakse nationaliteit, is sinds 29 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Eiser voerde aan dat hij over woonruimte beschikt, niet aan uitzetting zal meewerken vanwege een lopende procedure en dat er geen zicht is op uitzetting naar Centraal-Irak.
De rechtbank oordeelde dat de rechtmatigheid van de oorspronkelijke bewaring reeds was vastgesteld en dat nu alleen het voortduren van de bewaring aan toetsing onderhevig is. Verweerder verstrekte nadere informatie waaruit bleek dat uitzetting naar Centraal-Irak niet uitgesloten is, mede omdat in februari 2008 een vreemdeling via Dubai naar Basra is uitgezet.
Hoewel eiser niet meewerkt aan uitzetting, betekent dit niet dat geen laissez passer zal worden verstrekt. De rechtbank besloot de presentatie van eiser op 16 juli 2008 af te wachten om vast te stellen waar hij vandaan komt en of een laissez passer kan worden verleend. Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.