ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6796
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- D. Aarts
- G.K. Sluiter
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak tegen Verenigde Naties wegens immuniteit
In deze civiele procedure vordert de Vereniging Moeders van Srebrenica samen met tien individuele eisers schadevergoeding van de Staat der Nederlanden en de Verenigde Naties (VN) wegens het niet voorkomen van genocide in Srebrenica in 1995. De kern van de incidentprocedure betreft de vraag of de Nederlandse rechtbank bevoegd is om te oordelen over de vordering tegen de VN, gelet op de immuniteit die de VN geniet op grond van artikel 105 van Pro het Handvest van de VN en de daaraan gerelateerde Conventie.
De rechtbank analyseert uitgebreid de internationale rechtspraktijk en concludeert dat de VN absolute immuniteit geniet die in de internationale praktijk wordt gerespecteerd. De eisers stelden dat deze immuniteit niet geldt vanwege schendingen van ius cogens normen zoals het verbod op genocide, en dat fundamentele mensenrechten zoals het recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM Pro) een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank verwerpt deze argumenten en stelt dat er geen internationale rechtsregels zijn die de immuniteit van de VN in dit geval beperken.
De rechtbank wijst ook op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Gerechtshof die de immuniteit van internationale organisaties bevestigen, zelfs bij ernstige mensenrechtenschendingen. De Staat der Nederlanden heeft een eigen belang bij het handhaven van deze immuniteit en heeft daarom een incidentele vordering ingesteld om de onbevoegdheid van de rechtbank te laten verklaren. De rechtbank volgt dit en verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de vordering tegen de VN. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling tegen de Staat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de vordering tegen de Verenigde Naties wegens hun absolute immuniteit onder internationaal recht.