ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6553
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H. Machiels
- A.W.P. Letschert
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning asiel na strafrechtelijke veroordeling
Eiser, een Turkmeense vreemdeling uit Noord-Irak, verbleef sinds 1997 in Nederland en had verschillende verblijfsvergunningen. Na een veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf wegens een ernstig misdrijf, werd zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen en werd hij ongewenst verklaard. Verweerder paste de glijdende schaal toe, waarbij alleen de verblijfsperiode van 2002 tot 2005 werd meegeteld.
Eiser betoogde dat ook de periode van 1997 tot 1999 had moeten worden meegerekend, wat zou leiden tot een langere verblijfsduur en een lagere norm voor de glijdende schaal. De rechtbank oordeelde echter dat voor de berekening de verblijfsduur tot het moment van het gepleegde delict (2005) geldt, waardoor de norm van 36 maanden straf passend is. De rechtbank achtte de bevoegdheid tot ongewenstverklaring terecht toegepast.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Irak vanwege zijn Turkmeense afkomst en de situatie in Noord-Irak een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende persoonlijke omstandigheden aannemelijk had gemaakt om dit risico te onderbouwen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd afgewezen, waarbij de belangenafweging uit jurisprudentie werd toegepast. Het beroep tegen de ongewenstverklaring werd ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.